Home » Toegankelijkheid » Achtergrondinformatie

Toegankelijkheid in Hilversum 2016

  1. Inleiding

Op 14 juli 2016 werd het VN-Verdrag voor rechten van personen met een beperking in Nederland van kracht.

Na de ratificatie van dit Verdrag is de Wet Gelijke Behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) uitgebreid. De Wet geldt sinds 14 juli ook voor ‘goederen en diensten’.

Dat betekent dat mensen met een beperking nu ook recht hebben op gelijke behandeling in winkels, theaters, restaurants, sportverenigingen, enzovoort. Zij kunnen de eigenaren verzoeken om toegankelijkheid van hun winkel of bedrijf mogelijk te maken.

Op dit moment geldt dit voor individuele personen, maar in een Algemene Maatregel van Bestuur zal worden uitgewerkt hoe aan een amendement uitvoering kan worden gegeven die toegankelijkheid voor iedereen mogelijk moet maken. Ieder(in), netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte, zal daarbij betrokken worden.

 

2.  Algemeen

Voor deelname aan de samenleving door mensen met een beperking is nodig dat de samenleving toegankelijk is in al zijn aspecten:

  • Fysieke toegankelijkheid. Voorbeeld: gebouwen, openbare ruimte, enz. (zie 3.)
  • Sociale/mentale toegankelijkheid. Voorbeeld: bejegening van mensen. (Zie 4.)
  • Toegankelijke informatie (zie 5.)

 

Toegankelijkheid wordt alleen bereikt als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • Bereikbaarheid: hoe kom je bij een gebouw, hoe kom je in contact met mensen, hoe kom je bij informatie
  • Toegankelijkheid: hoe kom je erin, hoe raak je aan de praat, hoe krijg je de informatie in handen.
  • Bruikbaarheid: kan het aangebodene gebruikt worden: zijn alle kamers in een gebouw toegankelijk, worden televisieprogramma’s ondertiteld.
  • ‘Uitgankelijkheid’; hoe kom je uit een gebouw.

 

Ongeveer 19 % van de bevolking heeft door enigerlei oorzaak een beperking en daardoor problemen met toegankelijkheid:

  • Rekening houdend met het feit, dat sommige beperkingen in combinatie kunnen voorkomen wonen in Hilversum naar schatting 10000 mensen met een (combinatie van) lichamelijke beperkingen:
    • Ongeveer 8500 zelfstandig wonende mensen met een matige of ernstige lichamelijke beperking,
    • Ongeveer 2600 personen met visuele beperkingen, en
    • 2000 mensen met auditieve beperkingen.
  • Van de bevolking in Hilversum zal net als in de rest van het land ongeveer 4 % een GGZ-achtergrond hebben: dat zijn ongeveer 3400 mensen.

 

Het is de taak van de gemeente om de voorwaarden te scheppen om de toegankelijkheid van de samenleving te bevorderen. Door de ratificatie van het VN-verdrag ligt hier ook een taak voor ondernemers, winkeliers, enzovoort.

 

Als een instelling of voorziening voor mensen met een beperking toegankelijk is, hebben ook mensen zonder beperkingen daar baat bij, waardoor integrale toegankelijkheid ontstaat. Integrale toegankelijkheid maakt de samenleving open, vriendelijk en gastvrij voor iedereen. Voorbeelden:

  • Een voor rolstoelers makkelijk toegankelijke winkel zal dat ook zijn voor mensen met een kinderwagen.
  • In eenvoudige taal gestelde informatie is beter te begrijpen door alle mensen.
  • Schone lucht is belangrijk voor mensen met astma, maar ook mensen zonder ademhalingsproblemen hebben er baat bij.

 

Dat een toegankelijke samenleving in Hilversum nog lang niet bereikt is, bleek uit de verhalen in een Zwartboek dat in 2009 door de Wmo-raad van de gemeente Hilversum werd opgesteld als bijlage bij een advies over de bevordering van de toegankelijkheid van Hilversum aan het College van B&W werd gestuurd.

 

Het Platform Gehandicapten en Chronisch Zieken, merkt dat er wel verbeteringen zijn bereikt op het punt van toegankelijkheid, maar dat dit nog steeds een moeilijk onderwerp is, dat gemakkelijk vergeten wordt. Dat mag dus niet meer.

Gelukkig wordt het Platform de laatste paar jaar regelmatig betrokken bij nadenken over de toegankelijkheid voor mensen met een beperking, maar vaak pas nadat het Platform zelf op (mogelijke) problemen met toegankelijkheid heeft gewezen.

 

Het inzetten van het Platform bij het beoordelen van problemen rond de toegankelijkheid en bruikbaarheid van onder andere winkels en theaters heeft als voordeel, dat de leden van het Platform ervaringsdeskundigen zijn met praktijkervaring. Het geldt ook voor evenementen die buiten georganiseerd worden.

 

Er zijn twee tijdstippen waarop het Platform gevraagd kan worden te kijken naar toegankelijkheid van een gebouw, ruimte, enzovoort:

  • Bij de start en in de ontwerpfase. Vaak kan bestuderen van tekeningen of praten over een plan bijdragen aan het voorkomen van extra kosten om toegankelijkheid te verbeteren na voltooiing van een plan.
  • Na voltooiing kan door het Platform een schouw worden gehouden, waarbij de toegankelijkheid wordt getoetst.

 

Het Platform werkt met de Regionale Schouwgroep Gooi en Vechtstreek samen, wanneer het een groot project betreft.

 

3.  Fysieke toegankelijkheid

 

Fysieke toegankelijkheid gaat over de toegankelijkheid van de bebouwde omgeving en openbare gebouwen, woningen, straten, pleinen, speeltuinen en dergelijke.

 

De toenemende vergrijzing en de wens van veel mensen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen, stellen eisen aan de fysieke toegankelijkheid van woningen en de woonomgeving. Daarnaast is het belangrijk dat mensen met een beperking (15% van de bevolking) gebruik kunnen maken van de woning, openbare ruimtes en gebouwen.

 

Ook mensen zonder beperking hebben baat bij een goed ontwerp van woningen, openbare ruimtes en gebouwen. Er kan bijvoorbeeld rekening mee gehouden worden dat ruimtes gemakkelijk heringedeeld kunnen worden (voorbeeld: lichte scheidingswanden in plaats van zware binnenmuren) en dat men steeds bij de leidingen kan in verband met extra benodigde elektriciteit.

 

Ook is belangrijk dat mensen bij nood een gebouw snel, onbelemmerd en zelfstandig kunnen verlaten. Dit wordt de uitgankelijkheid van een gebouw genoemd. Voor mensen die niet goed kunnen lopen of afhankelijk zijn van een rolstoel horen evacuatiehulpmiddelen aanwezig te zijn. Het personeel moet getraind zijn in het gebruik.

 

4.  Sociale of mentale toegankelijkheid

 

Naast fysieke toegankelijkheid is sociale toegankelijkheid ook belangrijk. Het heeft alles met respectvolle en vriendelijke bejegening te maken. Voor mensen met GGZ-problematiek is een vriendelijke bejegening zelfs van essentieel belang voor het (blijven) deelnemen aan de samenleving. Mensen met een psychiatrische achtergrond kunnen door een onjuiste bejegening in paniek raken, wat in het ergste geval tot een psychose kan leiden.

 

5. Toegankelijke informatie

 

Informatie kan op verschillende manieren worden aangeboden: mondeling en schriftelijk (ook via e-mail of website)

Inhoud en vorm zijn belangrijk om schriftelijke informatie toegankelijk te maken. Dat kan door het gebruik van eenvoudige en duidelijke taal in folders en dergelijke, door te letten op het gebruikte lettertype en de opmaak van folders en dergelijke.

 

6. Voorbeelden van hoe het niet moet.

  • Mensen met psychische problemen durven vaak bepaalde gebouwen niet binnen te gaan. Het formaat of de sfeer van een pand kan mensen soms zo beïnvloeden dat het een belemmering is voor de toegankelijkheid.
  • Bij een bezoek met een rolstoeler aan het winkelcentrum Seinhorst wordt de auto geparkeerd in de parkeergarage op een mooie ruime parkeerplaats voor invaliden. Om uit de parkeergarage te komen blijkt helaas niet mogelijk te zijn via de schuin oplopende loopband. De rolstoel glijdt even hard naar beneden als hij omhoog geduwd wordt. Ook als hij op de rem staat glijdt hij naar beneden. Besloten wordt dan maar via de op- en afrit voor auto’s naar boven te gaan. Het stoepje naast de afrit is te smal: er moet echt op de oprit gelopen worden. En de hellingshoek maakt een en ander tot een zeer zware klus voor de duwer.
  • Vaak staat straatmeubilair op zodanige wijze op de stoep, dat een daartegen geparkeerde fiets een niet te nemen obstakel vormt.
  • Winkels en restaurants zetten vaak uitnodigende reclame voor hun deur: die wordt daardoor onbereikbaar.
  • Daar visuele signalen (naamborden, pijlen, nummers, informatieborden) voor mij meestal onzichtbaar/onleesbaar zijn, zijn wisselende situaties zoals in het openbaar vervoer moeilijk.
  • Geldautomaten zijn onderling niet helemaal gelijk: gebruiken niet altijd dezelfde hoeveelheid instructies/vragen en ook niet in dezelfde volgorde, zodat aangeleerde handelingen niet op het juiste moment gebeuren en het proces stopt.
  • De cijfers op het pinplateau zijn niet altijd goed leesbaar (verkeerde lichtinval, weinig contrast).
  • Veel winkels kun je met een scootmobiel of rolstoel wel binnenkomen, maar je komt meestal niet verder dan de ingang: de paden tussen de schappen zijn volgebouwd met pakken, manden enzovoort.
  • Rolstoeltoegankelijke liften kunnen vaak alleen gebruikt worden met hulp van een medewerker van een bedrijf, die de sleutel beheert.
  • De Groest mag dan voor het oog een mooi straatbeeld opleveren, maar voor rolstoelgebruikers zijn de geulen waar het regenwater door moet worden afgevoerd een crime: de wielen van de rolstoel blijven er in ‘haken’. Dergelijke geulen zijn ook in de Kerkstraat te vinden.
  • Op- en afritten van de stoep naar de weg ontbreken vaak. En als ze er zijn staan er vaak auto’s voor geparkeerd.
  • Geldautomaten zijn vaak te hoog geïnstalleerd voor rolstoelers.
  • Rond glascontainers ligt altijd zo veel glas, dat een lekke band voor rolstoelen op de loer ligt.
  • Toiletten die door mensen in rolstoelen/scootmobielen zelfstandig kunnen worden gebruikt ontbreken meestal in restaurants en dergelijke.
  • Een drempel is vaak een onneembare horde voor iemand in een rolstoel, laat staan een trapje. Een ‘ramp’ zou uitkomst kunnen bieden, maar is meestal niet aanwezig.
  • Een verschoningsruimte voor mensen die niet van een toilet gebruik kunnen maken is nergens te vinden. Noodgedwongen zitten deze mensen uren in hetzelfde incontinentiemateriaal. Misschien niet zo erg als je een paar uurtjes gaat winkelen, maar voor een dagje uit erg vervelend.
  • Websites hebben geen afdeling met informatie in gemakkelijke taal. Ook een voorleesfunctie ontbreekt meestal en/of de mogelijkheid letters te vergroten.
  • Liften zijn vaak te klein en niet voorzien van een spraakmodule en of brailleknoppen voor gebruik door blinden.
  • Op veel plaatsen ontbreken automatisch openende deuren.
  • Om te kunnen betalen met een pinpas zou het apparaat op een verlaagd deel van de toonbank of balie moeten staan. Ook kan het pinapparaat ‘mobiel’ zijn (voorzien van een lange draad en niet vastgemaakt op de toonbank).
  • Soms hebben grotere winkels met meer verdiepingen wel een lift, maar deze is vaak te klein.
  • In veel winkels zijn de paden heel smal of er staan in de paden artikelen opgestapeld, zodat een rolstoel of scootmobiel er niet door kan.
  • Veel winkels hebben geen deuren, die ‘vanzelf’ opengaan
  • Slechts een enkele winkel heeft een speciale ruime paskamer voor invaliden. De meeste modewinkels hebben deze niet.

 

7.  Conclusie

De overheid moet ervoor zorg dragen, dat dat alle burgers kunnen participeren in de samenleving. Het VN-verdrag en daaraan gekoppeld de Wgbh/cz gebiedt dat iedereen zijn best doet mensen met een beperking op dezelfde manier te behandelen als mensen zonder beperking en daartoe maatregelen te nemen. Uit het kleine aantal voorbeelden dat hiervoor is genoemd, blijkt dat een mens met beperking nog veel hindernissen tegen kan komen bij zijn pogingen om actief aan de samenleving deel te nemen.

Voorstellen voor verbetering zijn:

  • Actief beleid bij het inrichten van de openbare ruimte en gebouwen om ervoor te zorgen, dat deze voldoet aan de richtlijnen op dit gebied.
  • Idem voor websites en andere informatieverspreiding.
  • Toepassing van de richtlijnen voor de toegankelijkheid van nog te bouwen gebouwen: geen bouwvergunning wanneer hieraan niet wordt voldaan.
  • Aanpassen van reeds bestaande gebouwen om gebruik door mensen met een beperking mogelijk te maken. Uitzondering hierbij zijn soms (noodgedwongen) monumenten.
  • Training van personeel dat met klanten in contact komt in klantvriendelijkheid en respectvolle bejegening.
  • Samenwerking op bovengenoemde gebieden met ervaringsdeskundigen.

 

 8. Verdere informatie.

Dit stuk is een bewerking van een zwartboek van de Wmo-raad Hilversum, waaraan door het Platform was bijgedragen.

Het Platform werkt samen met de Regionale Schouwgroep Toegankelijkheid Gooi en Vecht bij het uitvoeren van een schouw. 

 

 

 

Shared space. 

‘Shared space’ betekent letterlijk ‘gedeelde ruimte’. Het is een manier om straten en pleinen zo vorm te geven, dat alle verkeersdeelnemers van dezelfde ruimte gebruik maken.Er zijn zo weinig mogelijk verboden, maar er wordt zoveel mogelijk vrij gelaten; liefst zijn er helemaal geen verboden: geen regels of obstakels die mensen dwingen langs een bepaalde route te lopen of rijden. Er zijn dus ook geen duidelijke stoepen en rijbanen. Dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de gebruikers van de ruimte voor de veiligheid van iedereen. Mensen die in een shared space lopen of rijden moeten rekening met elkaar houden.Het idee is dat het verkeer zo gedwongen wordt langzamer te rijden, waardoor er minder ongevallen zullen zijn. Alles wordt rustiger, niet alleen het verkeer, maar ook hoe de ruimte eruit ziet. Daardoor zouden er ook meer mogelijkheden voor ontmoeting moeten zijn.Aan de hand van waarvoor de ruimte gebruikt gaat worden (markt, concert, wandelen, weg, ontmoetingsplein) wordt samen met de gebruikers bedacht hoe het plan voor de shared space eruit gaat zien.  Wat zijn de problemen van mensen met een beperking met shared space?

  • Voor visueel beperkte mensen is shared space lastig.
  • Uit een onderzoek van Else Havik (RUG) blijkt: Het ontbreken van de vaste structuur van trottoirbanden, muurtjes, grasranden en oversteekplaatsen, leidt tot problemen met oriënteren en het vinden van de weg. Aanleren van veilige en vertrouwde routes is moeilijker in shared space-gebieden. Oriëntatie bleek het grootste knelpunt te zijn, maar de ene locatie gaf duidelijk meer problemen dan de andere. Dat lag aan de manier waarop de shared space was ingericht en aangelegd.
  • Voor mensen met een geleidehond is shared space echt een groot probleem. Dat komt bijvoobeeld, omdat een geleidehond wordt geleerd om op de stoep te lopen. Die zijn er in een shared space niet.
  • Voor communicatie in het verkeer is oogcontact maken belangrijk. Dat is ook de reden dat auto’s geen ‘geblindeerde’ voorruiten mogen hebben. Maar mensen met een visuele beperking kunnen geen oogcontact maken. Een geleidehond trouwens ook niet.
  • Mensen met een verstandelijke beperking, maar ook kinderen en ouderen kunnen zich in een grote ruimte niet of moeilijk orienteren: zij hebben geen overzicht. En ze kunnen geen goede inschatting van de snelheid van het verkeer (meer) maken.
  • Mensen met een auditieve beperking , met name doven kunnen de signalen van andere verkeersdeelnemers niet horen, zoals een fietsbel of een waarschuwing.
  • Voor rolstoelgebruikers (en mensen met een rollator) is het ontbreken van stoepranden en andere obstakels wel een voordeel, maar omdat ze laag zitten hebben ook zij geen goed overzicht.

Voor alle groepen gebruikers is uit onderzoek gebleken dat de objectieve veiligheid toeneemt, maar dat de subjectieve veiligheid afneemt. Dat wil zeggen: er vinden minder ongelukken plaats, maar de mensen voelen zich in een shared space minder veilig.

Volgens Dick van Veen (ingenieur bij Mobycon) kan de veiligheid voor mensen met een beperking verbeterd worden door bij het ontwerp rekening te houden met de specifieke problemen van mindervalide gebruikers. (Zie PDF hieronder.)